ECLI:NL:RVS:2018:270
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en ontvankelijkheid hoger beroep
Bij besluit van 29 augustus 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het hogerberoepschrift tijdig was ingediend, omdat de termijn pas begon te lopen op het moment dat de vreemdeling de elektronische kennisgeving van de uitspraak ontving, namelijk op 10 oktober 2017. Dit maakte het hoger beroep ontvankelijk.
Inhoudelijk leidde het aangevoerde hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen nieuwe vragen opgeworpen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2018 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep is ontvankelijk maar kennelijk ongegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.