ECLI:NL:RVS:2018:2654
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhavingsverzoek tegen plaatsing stacaravans op recreatiepercelen
Appellant verzocht het college handhavend op te treden tegen stacaravans geplaatst op twee percelen in Dirkshorn. Het college stemde in met handhaving op het eerste perceel, maar wees het verzoek af voor het tweede perceel. Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen belanghebbende was ten aanzien van de stacaravan op het eerste perceel, omdat hij geen zicht heeft en geen gevolgen van betekenis ondervindt. De Raad van State bevestigt dit oordeel, verwijzend naar de afstand en het ontbreken van zicht op de stacaravan, waardoor appellant zich niet voldoende onderscheidt van andere omwonenden.
Ten aanzien van het tweede perceel overwoog de Raad dat het bestemmingsplan stacaravans als recreatieverblijven toestaat binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 2'. Hoewel stacaravans ook als kampeermiddelen worden aangemerkt, zijn kampeermiddelen slechts toegestaan op aanduidingen 'kampeerterrein', wat niet van toepassing is op dit perceel. Hierdoor is de plaatsing van de stacaravan op het tweede perceel planologisch toegestaan.
Appellant voerde ook aan dat de rechtbank niet op zijn betoog over een beheerderswoning was ingegaan en verzocht om toestemming voor bouw daarvan. De Raad van State oordeelt dat dit verzoek buiten het bestreden besluit valt en niet tot vernietiging kan leiden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.