ECLI:NL:RVS:2018:2640
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en ongeldigverklaring rijbewijs door CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) op na een melding van de politie over een hoge alcoholconcentratie bij appellant. Appellant betaalde de cursus- en opleggingskosten niet, waarna het CBR het rijbewijs ongeldig verklaarde. Appellant voerde aan dat zijn schoonzoon de bestuurder was en dat het CBR onterecht op het proces-verbaal van de politie mocht vertrouwen.
De rechtbank Limburg verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en wees de verzoeken om voorlopige voorzieningen af. De rechtbank oordeelde dat het CBR mocht uitgaan van het politieproces-verbaal, dat appellant voldeed aan het signalement van de bestuurder en dat het bestuursrechtelijke besluit losstaat van de strafrechtelijke procedure. Ook was het CBR verplicht het rijbewijs ongeldig te verklaren bij niet-betaling.
De Raad van State bevestigt deze uitspraken. Het betoog dat appellant niet de bestuurder was faalt omdat appellant het signalement niet heeft betwist en onvoldoende feiten zijn aangevoerd die het proces-verbaal weerleggen. Ook faalt het verweer dat het CBR ten onrechte het rijbewijs ongeldig verklaarde vanwege niet-betaling, omdat appellant geen opschorting van betaling had verzocht en het CBR hem duidelijk had gewezen op de betalingsverplichting.
De Raad van State bevestigt de uitspraken van de rechtbank en wijst de hoger beroepen af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de oplegging van de EMA en de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens niet-betaling.