ECLI:NL:RVS:2018:2616
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 september 2016 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor een vreemdeling af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 3 januari 2017 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling en referent gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen nieuwe juridische vragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarnaast veroordeelde de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €501, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en legde een griffierecht van hetzelfde bedrag op. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van lid Verheij, op 6 augustus 2018.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond.