ECLI:NL:RVS:2018:2604
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 22 juni 2018 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond zonder een zitting te houden. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen zitting had gehouden, aangezien de uitspraak niet op grond van artikel 8:54 of Pro 8:57 Awb was gedaan, waardoor het achterwege laten van een zitting niet was toegestaan. Het hoger beroep werd daarom gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling met inachtneming van de juiste procedure. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak terugverwezen vanwege het onterecht achterwege laten van een zitting.