ECLI:NL:RVS:2018:2602
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 april 2017 het besluit genomen om de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in te trekken en een inreisverbod uit te vaardigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit op 31 januari 2018 vernietigde en het beroep gegrond verklaarde.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte zelf een oordeel had gegeven over de toepasselijkheid van het Unierechtelijke openbare-ordebegrip, terwijl de staatssecretaris dit niet had onderzocht of gemotiveerd. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig genomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 11 april 2017. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die waren gemaakt voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.