ECLI:NL:RVS:2018:260
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 20 september 2016 een besluit genomen waarbij aan de vreemdeling is opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod is uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 november 2016 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad beoordeelde echter dat het hogerberoepschrift pas op 8 augustus 2017 was ingediend, ruim na de wettelijke termijn van vier weken die op 16 december 2016 was verstreken. De vreemdeling voerde aan dat hij de uitspraak van 18 november 2016 niet tijdig had ontvangen, maar de Raad stelde vast dat het verzendoverzicht en de aanbiedingsbrief van de rechtbank het tegendeel aannemelijk maakten.
Daarom werd het hoger beroep als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 24 januari 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.