ECLI:NL:RVS:2018:2471
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling, Indonesische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als familie van een Nederlandse gemeenschapsonderdaan. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de vreemdeling en de referent langer dan zes maanden in Duitsland hadden verbleven en voldaan aan de voorwaarden van de Verblijfsrichtlijn, waaronder het beschikken over een zorgverzekering.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had getoetst of aan de voorwaarden van artikel 7 van Pro de Verblijfsrichtlijn was voldaan, en dat de staatssecretaris terecht had gewezen op het ontbreken van bewijs van een zorgverzekering.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd geoordeeld dat het beroep op artikel 10 van Pro de Verblijfsrichtlijn faalde omdat het Hof van Justitie had bepaald dat overschrijding van de beslistermijn niet automatisch leidt tot toekenning van het verblijfsrecht zonder toetsing aan de voorwaarden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sprak het vonnis uit op 19 juli 2018.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.