ECLI:NL:RVS:2018:2438
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woonwagen en erf wegens hennepproductie op grond van artikel 13b Opiumwet
Appellant huurde een woonwagen en standplaats te Son en Breugel waar in een schuur hennep werd aangetroffen. De burgemeester sloot het erf en de bebouwing voor een maand op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat de ouders van appellant geen partij zijn omdat zij geen bezwaar of beroep hebben ingesteld. De sluiting van de woonwagen en schuur is gerechtvaardigd vanwege de samenhang tussen beide en de omvang van de aangetroffen hennep. Het handhavingsbeleid is correct toegepast, waarbij het beleid voor woningen, gunstiger dan dat voor lokalen, is gevolgd.
De persoonlijke omstandigheden van appellant, waaronder vermeende hartproblemen en financiële problemen, zijn onvoldoende onderbouwd om van sluiting af te zien. Ook het argument dat de sluiting leidt tot ontbinding van de huurovereenkomst faalt, omdat deze ontbinding losstaat van het bestuursrechtelijke besluit. De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de sluiting en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van woonwagen en erf wegens hennepproductie en verklaart het hoger beroep ongegrond.