ECLI:NL:RVS:2018:2352
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na alcoholgebruik ondanks seponering strafzaak
Appellant werd op 12 december 2016 aangehouden op verdenking van rijden onder invloed met een alcoholgehalte van 2,09‰. Het CBR schorste zijn rijbewijs en legde hem een onderzoek naar rijgeschiktheid op. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond. Appellant voerde aan dat hij niet als bestuurder onder invloed had gereden en dat de motor van de auto door een automatisch startsysteem was gestart.
De Raad van State oordeelde dat het CBR met voldoende zekerheid kon vaststellen dat appellant onder invloed als bestuurder had gehandeld, mede gelet op de omstandigheden waaronder hij werd aangetroffen, het alcoholgehalte en zijn eigen verklaring. De seponering van de strafrechtelijke zaak was niet bepalend voor deze bestuurlijke maatregel.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het besluit van het CBR en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot schorsing van het rijbewijs bleef van kracht.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs van appellant wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.