ECLI:NL:RVS:2018:2265
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdelingen
De vreemdelingen hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij gedurende het hoger beroep tegen het uitzettingsbesluit als rechtmatig verblijvend in Nederland worden behandeld en aanspraak kunnen maken op publieke middelen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek verstrekkende gevolgen heeft, aangezien de vreemdelingen momenteel niet rechtmatig verblijven en geen recht hebben op publieke middelen. Uit stukken blijkt echter dat zij niet volledig zonder hulp zullen komen te zitten.
Daarom weegt het belang van de vreemdelingen om gedurende het hoger beroep rechtmatig verblijf te verkrijgen minder zwaar dan het belang van de staatssecretaris. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen. Er wordt gestreefd naar een spoedige uitspraak op het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het belang van de staatssecretaris zwaarder weegt dan dat van de vreemdelingen.