ECLI:NL:RVS:2018:2173
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onjuiste toepassing Dublinverordening
De vreemdeling, van Albanese nationaliteit, diende op 19 december 2017 in België een verzoek om internationale bescherming in, waarna hij zonder beslissing af te wachten naar Nederland reisde. Op 27 december 2017 werd hij betrapt op een poging het terrein van Stena Line te betreden, waarna de staatssecretaris een terugkeerbesluit nam, een inreisverbod uitvaardigde en hem in vreemdelingenbewaring stelde.
De vreemdeling stelde dat de Dublinverordening van toepassing was en dat de terugkeerbesluiten onrechtmatig waren omdat hij niet correct was geïnformeerd over zijn rechten om in Nederland asiel aan te vragen. De rechtbank wees zijn beroep af, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdeling niet was geïnformeerd dat hij zijn asielverzoek in België had ingetrokken en dat hij in Nederland een nieuw verzoek kon indienen.
Hierdoor was er een concreet aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening, waardoor het terugkeerbesluit en het inreisverbod onrechtmatig waren. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris, kende een vergoeding toe aan de vreemdeling en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het inreisverbod zijn vernietigd wegens onjuiste toepassing van de Dublinverordening, en de vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend.