ECLI:NL:RVS:2018:2158
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De vreemdeling had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris op 20 februari 2017 werd toegekend met een ingangsdatum van 4 januari 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de ingangsdatum van de vergunning onjuist was vastgesteld en verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:2098) voor de interpretatie van het kennisgevingsformulier. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris voor zover het de ingangsdatum betrof.
De ingangsdatum werd vastgesteld op 10 oktober 2016, de datum waarop de asielaanvraag werd ontvangen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en is de rechtsbescherming van de vreemdeling versterkt.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt vastgesteld op 10 oktober 2016 en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.