ECLI:NL:RVS:2018:2155
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling niet achterwege blijft wegens medische situatie
De vreemdeling uit Burundi verzocht om haar uitzetting achterwege te laten vanwege medische klachten, met name diabetes mellitus. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de rechtbank dit besluit vernietigde wegens schending van het hoorrecht, omdat nieuwe medische adviezen niet tot een nieuwe hoorzitting hadden geleid.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de vreemdeling voldoende gelegenheid had gehad om schriftelijk te reageren op de medische adviezen en dat een nieuwe hoorzitting niet noodzakelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het BMA-advies en de BMA-nota weliswaar nieuwe feiten zijn die aanleiding geven tot een hoorzitting, maar dat het ontbreken daarvan niet tot benadeling van de vreemdeling heeft geleid omdat zij schriftelijk heeft kunnen reageren.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van het vonnis waarin het besluit werd vernietigd, maar bevestigde de rest van de uitspraak, waaronder de proceskostenveroordeling en schadevergoeding. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De medische situatie in Burundi en de behandeling aldaar werden als toereikend beoordeeld, ondanks de instabiele situatie in het land.
Uitkomst: De uitzetting van de vreemdeling wordt niet achterwege gelaten; het beroep wordt ongegrond verklaard.