ECLI:NL:RVS:2018:2145
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek verlenging inburgeringstermijn wegens onvoldoende medische gronden
De appellant verzocht de minister om verlenging van zijn inburgeringstermijn omdat hij wegens medische redenen niet in staat was om effectief onderwijs te volgen. De minister wees dit verzoek af op basis van het advies van een medisch adviseur die geen medische gronden zag voor verlenging.
De rechtbank oordeelde dat de minister zich niet zonder meer op het medisch advies mocht baseren zonder te controleren of dit zorgvuldig was opgesteld, maar concludeerde dat de minister dit alsnog had gedaan en het advies concludent was. De rechtbank stelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij minstens drie maanden geen onderwijs kon volgen.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch advies niet zorgvuldig was en dat een second opinion had moeten worden aangevraagd. De Raad van State oordeelde dat het medisch advies voldoende was onderbouwd, dat appellant niet had aangetoond dat een persoonlijk onderzoek noodzakelijk was en dat hij onvoldoende medische stukken had aangeleverd om zijn verzoek te ondersteunen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om verlenging van de inburgeringstermijn is terecht afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.