ECLI:NL:RVS:2018:2142
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing inzake dwangsombesluit dubbele bewoning en overkapping
Het college van burgemeester en wethouders van Leudal legde appellant een dwangsombesluit op om de dubbele bewoning van een boerderij en de aanwezigheid van een overkapping buiten het bouwvlak te staken en te verwijderen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat later werd ingetrokken nadat appellant de woning had verkocht. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De rechtbank Limburg bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk belang had bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit, onder meer vanwege de door hem geleden schade door verhuiskosten en lagere verkoopopbrengst. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant procesbelang heeft bij het bezwaar, vooral omdat hij om vergoeding van proceskosten heeft verzocht op grond van artikel 7:15 Awb Pro. Het college had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en het besluit van het college, verklaart het beroep gegrond en beveelt het college een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. Tegen het nieuwe besluit kan alleen beroep bij de Afdeling worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en het college wordt verplicht een nieuw besluit te nemen en proceskosten te vergoeden.