ECLI:NL:RVS:2018:2118
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijk huisverbod wegens ernstig gevaar voor veiligheid gezin
De burgemeester van Den Haag legde appellant op 19 februari 2017 een tijdelijk huisverbod op vanwege vermoedens van huiselijk geweld, waarbij sprake was van een ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn vrouw en kinderen. Dit huisverbod werd verlengd tot 19 maart 2017. Appellant stelde zich op het standpunt dat de burgemeester niet bevoegd was het huisverbod op te leggen en dat het besluit onterecht was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het huisverbod een ingrijpend middel is dat alleen mag worden opgelegd bij voldoende grond voor ernstig en onmiddellijk gevaar. Uit het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld en verklaringen bleek dat er regelmatig fysiek geweld was, waaronder slaan en dreigen met een mes, en dat de kinderen getuige waren van de spanningen.
De Raad van State vond dat de burgemeester in redelijkheid kon aannemen dat er sprake was van een ernstig gevaar en dat het huisverbod niet was opgelegd om een echtscheiding te bespoedigen, maar ter bescherming van vrouw en kinderen. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en het besluit tot verlenging van het huisverbod bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het tijdelijk huisverbod en de verlenging daarvan wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.