ECLI:NL:RVS:2018:2090
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 4 april 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 7 mei 2018 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet hoefde te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van partijen geen aanleiding geven om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de vergunning moet worden verleend en uitvoering van die uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook stelde de staatssecretaris niet dat uitvoering onevenredige inspanningen zou vergen. Het verzoek werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.