ECLI:NL:RVS:2018:2080
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning bouw woningen te Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft op 22 mei 2017 een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van negen woningen op een perceel te Utrecht. Omwonenden, waaronder verzoeker A en anderen, stelden beroep in tegen deze vergunning en vroegen om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de vergunning te schorsen totdat de bodemprocedure was afgerond.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig karakter heeft en dat de complexe juridische vragen beter in de bodemprocedure kunnen worden beantwoord. De omwonenden vreesden verslechtering van hun woon- en leefklimaat, met name door schaduwhinder, en betwistten of er rechtens te honoreren verwachtingen waren over de omvang van het bouwproject.
De vergunninghouder gaf aan dat bouwwerkzaamheden naar verwachting pas in oktober 2018 zouden starten vanwege saneringswerkzaamheden en leveringsproblemen. Gezien deze omstandigheden en het belang van de vergunninghouder bij voortgang, woog het belang van de omwonenden bij schorsing minder zwaar. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en benadrukte dat de vergunninghouder geheel op eigen risico bouwt en dat de bodemprocedure spoedig zal worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van negen woningen wordt afgewezen.