ECLI:NL:RVS:2018:2045
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van weigering openbaarmaking informatie pilot Twitcident door korpschef politie
De appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten over een pilot met het computerprogramma Twitcident, dat door de politie wordt gebruikt voor opsporing via Twitter. De korpschef weigerde gedeeltelijk openbaarmaking van negen documenten, met als grondslag verschillende weigeringsgronden uit artikel 10 van Pro de Wob.
De rechtbank vernietigde het besluit van de korpschef deels wegens onvoldoende motivering en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen over de weigering van delen van documenten 1, 6 en 8. De appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bevestigde de rechtbankuitspraak met verbeterde gronden. Zij oordeelde dat de geweigerde passages terecht als bedrijfs- en fabricagegegevens konden worden aangemerkt en dat de bescherming van persoonlijke levenssfeer, economische belangen en opsporingsbelangen zwaarder wogen dan het belang van openbaarheid. Wel vernietigde de Afdeling het besluit van 20 juli 2017 voor zover drie passages in document 1 waren geweigerd, omdat deze passages inmiddels openbaar waren gemaakt.
De Afdeling veroordeelde de korpschef tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat geen nieuw besluit op bezwaar meer nodig was. Hiermee werd het hoger beroep van de appellant deels gehonoreerd en het besluit van de korpschef deels vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond behalve voor drie passages die inmiddels openbaar zijn gemaakt; het besluit van de korpschef wordt deels vernietigd.