ECLI:NL:RVS:2018:2016
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens verjaring invordering dwangsommen en beëindiging overtredingen
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond legde aan appellante lasten onder dwangsom op wegens het gebruik van een perceel voor buitenopslag en het hebben van een tweede bedrijfswoning. De dwangsommen bedroegen € 1.500 per overtreding met een maximum van € 15.000. Na vaststelling van verbeurde dwangsommen werd een deel van € 9.000 ingevorderd, maar appellante betwistte de rechtmatigheid van de invorderingshandelingen.
In hoger beroep stelde appellante dat het college niet had voldaan aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omtrent aanmaningen en invorderingsbesluiten, waardoor de bevoegdheid tot invordering was verjaard. De Afdeling oordeelde dat de aanmaning voorafgaand aan het invorderingsbesluit ten onrechte was verzonden en dat het dwangbevel niet was voorafgegaan door een geldige aanmaning, waardoor de verjaring niet was gestuit.
Verder bevestigde het college dat geen invorderingshandelingen waren verricht ten aanzien van het resterende bedrag van € 21.000. Omdat de overtredingen inmiddels waren beëindigd, was er geen belang meer bij inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de invorderingsbevoegdheid en beëindiging van de overtredingen.