ECLI:NL:RVS:2018:2014
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- J. Kramer
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verbod permanente bewoning recreatieverblijf door partner
Appellante woont permanent in een recreatieverblijf op een recreatiepark met een persoonsgebonden gedoogbeschikking die haar dat toestaat. Het college stelde echter vast dat haar partner ook permanent in het verblijf woonde, wat niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan en de voorwaarden van de gedoogbeschikking.
Het college legde een last onder dwangsom op om de permanente bewoning door de partner te staken, wat door appellante werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Afdeling overweegt dat de gedoogbeschikking geen vergunning is en uitsluitend geldt voor appellante zelf, niet voor personen die na de peildatum 1 januari 2008 zijn komen inwonen. Het beroep op het recht op privéleven uit artikel 8 EVRM Pro faalt omdat de beperking wettelijk is voorzien en noodzakelijk is in het belang van het economisch welzijn en de rechten van anderen.
Verder faalt het beroep op bijzondere omstandigheden, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De Afdeling acht het college bevoegd en gerechtvaardigd om handhavend op te treden tegen de overtreding van het bestemmingsplan door de permanente bewoning van de partner.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.