ECLI:NL:RVS:2018:1983
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek advies inzake politiegegevens
De appellant verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om advies over geschillen met de korpschef van politie inzake politiegegevens. De AP verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en nam het niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens niet-ontvankelijk. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de brief van de AP geen besluit in de zin van de Awb was en de rechtbank daardoor onbevoegd was om kennis te nemen van het beroep. Het beroep op betalingsonmacht werd verworpen omdat appellant voldoende inkomen had. Ook werd het betoog dat de Privacyrichtlijn niet meer van toepassing zou zijn op politiegegevens na het Verdrag van Lissabon verworpen.
Verder werd geoordeeld dat de rechter onpartijdig was en dat de reactie van de AP op het verzoek om advies geen bindend besluit is. Het verzoek om schadevergoeding wegens vermeende schending van Unierechtelijke verplichtingen werd afgewezen. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde de rechtbank onbevoegd, wees het verzoek om schadevergoeding af, veroordeelde de AP tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de rechtbank onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep.