ECLI:NL:RVS:2018:196
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P.M. van Ravels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunningen en sluiting seksinrichting wegens mensenhandel en toezichttekort
De burgemeester van Den Haag heeft op 15 juni 2015 de seksinrichting aan een locatie voor 12 maanden gesloten en de exploitatievergunningen voor drie seksinrichtingen ingetrokken vanwege ernstige misstanden, waaronder mensenhandel en uitbuiting. Dit besluit volgde op een strafrechtelijk onderzoek en bestuurlijke rapportages die wezen op gedwongen prostitutie en uitbuiting van Hongaarse vrouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de exploitanten ongegrond en oordeelde dat zij wisten of hadden kunnen weten van de misstanden en tekortschoten in adequaat toezicht. De exploitanten stelden in hoger beroep dat zij geen signalen hadden ontvangen en dat de burgemeester ten onrechte op vertrouwelijke stukken had gebaseerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De exploitanten droegen onvoldoende zorg voor toezicht en hadden signalen van misstanden moeten herkennen en melden. Het slechte levensgedrag en het tekortschieten in toezicht rechtvaardigen de intrekking van alle exploitatievergunningen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de exploitatievergunningen en sluiting van de seksinrichting bevestigd.