ECLI:NL:RVS:2018:1913
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigde asielbesluiten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 16 november 2017 afzonderlijke besluiten genomen waarbij aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werden afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken nieuwe besluiten moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij geen uitvoering hoefde te geven aan de uitspraak van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt. De vreemdelingen gaven een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en dat de belangen van partijen aanleiding gaven om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Er werd bepaald dat de staatssecretaris geen nieuwe besluiten hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuwe besluiten te nemen over de asielaanvragen totdat het hoger beroep is beslist.