ECLI:NL:RVS:2018:1907
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 juni 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond bij besluit van 23 februari 2017. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 6 juli 2017 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris niet verplicht is om kerkelijke huwelijksakten zonder meer als bewijs te accepteren en dat de nieuwe vaste gedragslijn van de staatssecretaris geldt voor de beoordeling van nareisaanvragen. Uit het ingediende stuk en het besluit blijkt dat de staatssecretaris niet heeft aangetoond dat hij onofficiële documenten heeft betrokken bij zijn beoordeling, wat strijdig is met zijn nieuwe vaste gedragslijn.
De Afdeling oordeelt dat het besluit ondeugdelijk is gemotiveerd en verklaart het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep wordt alsnog gegrond verklaard en het besluit van 23 februari 2017 wordt vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.503,00, zonder vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.