ECLI:NL:RVS:2018:1905
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris heeft op 13 juni 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdeling stelde beroep in tegen het aanvullend besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor het tegen het aanvullend besluit ingediende beroepschrift en de aanvullingen daarop. De Afdeling vernietigt dit deel van de uitspraak en bepaalt dat de staatssecretaris een bedrag van €250,50 moet vergoeden.
Verder veroordeelt de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep, waarbij vanwege de beperkte procedure de zaak als 'licht' wordt aangemerkt en een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast. De totale proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank worden bevestigd. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2018.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €501 aan proceskostenvergoeding aan de vreemdeling.