ECLI:NL:RVS:2018:1894
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vernietiging verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 juni 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het vonnis van de rechtbank niet direct uitgevoerd hoefde te worden. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat het vonnis van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven, maar zag geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.