ECLI:NL:RVS:2018:1816
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na verwijdering dakterras
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van verzoeker tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. Verzoeker had gevraagd om een voorlopige voorziening in verband met een geschil met het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Zuid.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde verzoeker dat het dakterras inmiddels was verwijderd. Hierdoor was het doel van de gevraagde voorlopige voorziening, namelijk het voorkomen van verwijdering, niet meer relevant. De voorzieningenrechter oordeelde dat hierdoor het belang bij het treffen van de voorziening ontbrak.
Verzoekers wens voor een snelle uitspraak in de hoofdzaak en het afgeven van een signaal aan het algemeen bestuur dat het onjuist had gehandeld, was onvoldoende om het ontbreken van belang te compenseren. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het dakterras is verwijderd en het belang ontbreekt.