ECLI:NL:RVS:2018:1816

Raad van State

Datum uitspraak
6 juni 2018
Publicatiedatum
6 juni 2018
Zaaknummer
201803906/2/A1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na verwijdering dakterras

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van verzoeker tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. Verzoeker had gevraagd om een voorlopige voorziening in verband met een geschil met het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Zuid.

Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde verzoeker dat het dakterras inmiddels was verwijderd. Hierdoor was het doel van de gevraagde voorlopige voorziening, namelijk het voorkomen van verwijdering, niet meer relevant. De voorzieningenrechter oordeelde dat hierdoor het belang bij het treffen van de voorziening ontbrak.

Verzoekers wens voor een snelle uitspraak in de hoofdzaak en het afgeven van een signaal aan het algemeen bestuur dat het onjuist had gehandeld, was onvoldoende om het ontbreken van belang te compenseren. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het dakterras is verwijderd en het belang ontbreekt.

Uitspraak

201803906/2/A1
Datum uitspraak: 6 juni 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te Amsterdam,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 18 april 2018 in zaak nrs. 18/1992 en 18/1994 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Zuid.
Openbare zitting gehouden op 31 mei 2018 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter
griffier: mr. S. de Koning
Verschenen:
[verzoeker], bijgestaan door mr. M.H.J. van Riessen, advocaat te Amsterdam;
Het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Zuid, vertegenwoordigd door mr. G.A. Jansen.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 18 april 2018 van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Gronden
•    Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat het dakterras is verwijderd.
•    Dit betekent dat een verlenging van de begunstigingstermijn teneinde een dergelijke verwijdering te voorkomen geen zin heeft.
•    Een belang bij het treffen van de gevraagde voorziening ontbreekt dus.
•    Dat [verzoeker] snel een uitspraak in de hoofdzaak verlangt en wil dat een signaal wordt afgegeven aan het algemeen bestuur dat het onjuist heeft gehandeld door de begunstigingstermijn niet op te schorten, brengt niet mee dat een dergelijk belang alsnog ontstaat .
w.g. Borman    w.g. De Koning
voorzieningenrechter    griffier
712.