ECLI:NL:RVS:2018:1797
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- F.C.M.A. Michiels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade wegens passieve risicoaanvaarding
Appellanten zijn eigenaar van percelen die door het bestemmingsplan 'Oostvlietpolder' zijn bestemd voor recreatie en ecologische functies, waardoor bouwmogelijkheden vervielen. Zij vorderden een tegemoetkoming in planschade, welke door het college en rechtbank werd afgewezen vanwege passieve risicoaanvaarding.
De Afdeling overwoog dat de planologische wijziging voorzienbaar was op grond van concrete beleidsvoornemens in het streekplan, de structuurvisie en het structuurplan, die sinds 1987 een recreatieve en ecologische bestemming voor het gebied aangaven. Appellanten hadden geen concrete pogingen ondernomen om de bouwmogelijkheden te benutten vóór het eerste voorbereidingsbesluit in 1996.
Subsidiair voerden appellanten aan dat een bouwaanvraag in 2001 een concrete poging vormde, maar de Afdeling oordeelde dat vanwege voorbereidingsbescherming en aanhoudingsplicht die aanvraag niet als zodanig kon worden beschouwd. De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat appellanten het risico passief hebben aanvaard en dat de planschade voor hun rekening blijft.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.