ECLI:NL:RVS:2018:1783
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan wegens onvoldoende motivering grondgebonden teeltondersteunende voorzieningen
De raad van de gemeente Neerijnen stelde op 6 juli 2017 het bestemmingsplan "Buitengebied Neerrijnen, Veegplan 2017" vast, waarin onder meer de bestemming "Agrarisch" werd toegekend aan het perceel van appellant te Heesselt. Appellant exploiteert daar een aardbeiplantenteeltbedrijf en betoogde dat de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorziening" te beperkt was, waardoor uitbreiding van zijn bedrijf niet mogelijk zou zijn.
De raad hield vast aan het gemeentelijke beleid dat alleen grondgebonden agrarische bedrijven zijn toegestaan in de omgeving van de Waal, en stond alleen bestaande teelttafels toe als teeltondersteunende voorziening. Uit het dossier bleek dat de bedrijfsverplaatsing in 2012 plaatsvond onder de voorwaarde van een overwegend grondgebonden bedrijfsvoering. De raad motiveerde niet waarom een grondgebonden toepassing van folies als teeltondersteunende voorziening niet mogelijk werd gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat alleen een grondgebonden bedrijf was toegestaan, maar dat het besluit in zoverre ondeugdelijk gemotiveerd was dat het geen grondgebonden toepassing van folies toestond. Dit was in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestemmingsplan vernietigd voor zover het deze voorzieningen betreft, en de raad werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering.
Daarnaast werd de raad veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 mei 2018.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor zover het geen grondgebonden teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van folies toestaat en de raad wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering.