ECLI:NL:RVS:2018:1745
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.M. Wissels
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
De korpschef heeft op 27 oktober 2015 de toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten ingetrokken vanwege meerdere feiten die zijn betrouwbaarheid in twijfel trekken. Dit betreft onder meer een aanhouding op 26 juli 2015 wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 635 µg/l, een overtreding van een alcoholverbod op 28 januari 2015 en een verstoring van de openbare orde op 6 december 2014.
Appellant betwistte de ernst van enkele feiten en stelde dat de overtredingen onvoldoende waren om zijn betrouwbaarheid aan te tasten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de korpschef terecht een serieuze verdenking heeft aangenomen op grond van de overtreding van de Wegenverkeerswet en dat ook de mutaties betreffende de andere feiten relevant zijn voor het oordeel over de betrouwbaarheid. Gezien de aard en ernst van de feiten is het oordeel van de korpschef dat appellant onvoldoende betrouwbaar is om in de beveiligingsbranche te werken, redelijk en rechtmatig. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de toestemming bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt bevestigd wegens onvoldoende betrouwbaarheid van appellant.