ECLI:NL:RVS:2018:1721
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen voor verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid relatie en seksuele gerichtheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 december 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd. De staatssecretaris had terecht betoogd dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een amoureuze relatie met de betrokkene en dat zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig was. Ook de gestelde incidenten die de vreemdeling aanvoerde om zijn situatie te onderbouwen, werden door de staatssecretaris terecht als ongeloofwaardig beoordeeld.
De Raad van State stelde vast dat de relatie en de daaruit voortvloeiende problemen niet los kunnen worden gezien van de seksuele gerichtheid van de vreemdeling, die bovendien niet aannemelijk was gemaakt. Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd openbaar gedaan op 23 mei 2018.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt bevestigd.