ECLI:NL:RVS:2018:1716
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 juni 2016 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure bleef dit besluit in stand. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit geheel in stand blijven. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in.
De vreemdeling verzocht vervolgens op 16 mei 2018 de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat hij tijdens de behandeling van het hoger beroep wordt uitgezet. De vreemdeling was door de vreemdelingenpolitie op de hoogte gesteld dat hij staande was gehouden, in vreemdelingenbewaring zou worden gesteld en spoedig zou worden uitgezet.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de grieven in hoger beroep nader onderzoek vereisen en dat deze procedure zich daarvoor niet leent. Gezien de belangen van de vreemdeling werd besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling tot een bedrag van €501,00.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.