ECLI:NL:RVS:2018:1700
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing intrekking omgevingsvergunning bouw jongveestal
Bij besluit van 20 december 2013 verleende het college een omgevingsvergunning voor de bouw van een jongveestal op een perceel te Valburg. De appellant, eigenaar van een tegenoverliggend perceel met een pelsdierenfokkerij, verzocht om intrekking van deze vergunning. Het college wees dit verzoek op 30 oktober 2015 af, waarna bezwaar en beroep bij de rechtbank Gelderland eveneens ongegrond werden verklaard.
De appellant stelde dat de vergunning onbruikbaar was geworden omdat de jongveestal niet gerealiseerd kon worden en dat de aanwezigheid van de stal haar bedrijfsvoering zou schaden en toekomstige woningbouwplannen zou belemmeren. De Raad van State overwoog dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken wegens het niet verrichten van bouwwerkzaamheden binnen de gestelde termijn, maar dat dit een beleidsmatige bevoegdheid is die een belangenafweging vereist.
De Raad concludeerde dat het college deze belangenafweging zorgvuldig had gemaakt, waarbij het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning zwaarder woog dan de belangen van de appellant. Ook was er geen concreet plan voor woningbouw en was het onzeker of die planologische medewerking zou krijgen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.