ECLI:NL:RVS:2018:1665
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige voorziening inzake ontheffing doden ganzen met CO2
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 20 maart 2017 een ontheffing aan de Stichting Faunabeheereenheid Utrecht om grauwe ganzen, verwilderde gedomesticeerde ganzen en Canadese ganzen te vangen en te doden met koolstofdioxide (CO2) in de periode van 1 mei tot 1 augustus van 2017 tot en met 2019. De Stichting De Faunabescherming maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 27 juni 2017 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van de Faunabescherming op 20 maart 2018 gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en schorste het besluit van 20 maart 2017 tot zes weken na een nieuw besluit op bezwaar. Het college stelde hoger beroep in en verzocht de Raad van State om opheffing van deze voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de ontheffing een uitzondering vormt op het verbod om ganzen met CO2 te doden en dat het doden onomkeerbare gevolgen heeft. Uit de overgelegde gegevens bleek dat het doden met CO2 slechts een van de drie beheersmaatregelen is, naast afschot en nestreductie, waarbij de laatste twee een grotere bijdrage leveren aan het bereiken van de streefstand. Gelet op het voorlopige karakter van de voorziening en het belang van de Faunabescherming, werd het verzoek van het college afgewezen.
Het college werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van Stichting De Faunabescherming ten bedrage van €1.002,00.
Uitkomst: Het verzoek van het college tot opheffing van de voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.