ECLI:NL:RVS:2018:1659
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring onrechtmatig gesteld; vergoeding toegekend
De vreemdeling werd bij besluit van 25 januari 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de nieuwe werkwijze van de staatssecretaris sinds 31 oktober 2017 bij het in bewaring stellen van Dublinclaimanten onrechtmatig is, zoals eerder vastgesteld in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:RVS:2018:1491). Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit alsnog gegrond, kende een vergoeding toe over de periode van 25 januari tot 8 februari 2018, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten die verband houden met de behandeling van het beroep en hoger beroep.
De uitspraak werd door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak gewezen en op 18 mei 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bewaringbesluit vernietigd en een schadevergoeding toegekend.