ECLI:NL:RVS:2018:1657
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt vergoeding na onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 26 februari 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de nieuwe werkwijze van de staatssecretaris sinds 31 oktober 2017 bij het in bewaring stellen van Dublinclaimanten onrechtmatig was, zoals eerder vastgesteld in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:RVS:2018:1491). Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit alsnog gegrond en kende een vergoeding toe over de periode van 26 februari 2018 tot 9 maart 2018, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verband hielden met de behandeling van het beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bewaringbesluit vernietigd en een vergoeding toegekend voor de onrechtmatige bewaring.