ECLI:NL:RVS:2018:1654
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd bij besluit van 9 maart 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 20 maart 2018 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de nieuwe werkwijze van de staatssecretaris bij het in bewaring stellen van Dublinclaimanten sinds 31 oktober 2017 onrechtmatig is, zoals eerder vastgesteld in een uitspraak van 2 mei 2018.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. De vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van 9 tot 14 maart 2018. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en een schadevergoeding toegekend.