ECLI:NL:RVS:2018:1653
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling succesvol in hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring en toekenning vergoeding
De vreemdeling werd bij besluit van 8 maart 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de nieuwe werkwijze die de staatssecretaris sinds 31 oktober 2017 toepast bij het in bewaring stellen van Dublinclaimanten niet rechtmatig is, zoals eerder vastgesteld in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:RVS:2018:1491). Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 8 maart 2018 alsnog gegrond en kende een vergoeding toe over de periode van 8 maart 2018 tot 21 maart 2018, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die verband hielden met de behandeling van het beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot vreemdelingenbewaring vernietigd en een vergoeding toegekend.