ECLI:NL:RVS:2018:1652
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd bij besluit van 2 februari 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de nieuwe werkwijze van de staatssecretaris sinds 31 oktober 2017 bij het in bewaring stellen van Dublinclaimanten onrechtmatig was, conform eerdere uitspraak ECLI:NL:RVS:2018:1491. Op grond daarvan verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit alsnog gegrond en kende een vergoeding toe over de periode van 2 tot 9 februari 2018, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ter hoogte van €1.503,00.
De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige toepassing van vreemdelingenbewaring en het recht op vergoeding bij onrechtmatige vrijheidsbeneming.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en een schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.