ECLI:NL:RVS:2018:1650
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling succesvol in hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 14 maart 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel op 3 april 2018 ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in haar uitspraak van 18 mei 2018 het hoger beroep gegrond verklaard. Zij vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 14 maart 2018 alsnog gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel was inmiddels opgeheven, zodat een bevel tot opheffing achterwege bleef.
De Afdeling kende aan de vreemdeling een vergoeding toe over de periode van 14 tot en met 16 maart 2018, de dag waarop de bewaring werd opgeheven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verband hielden met de behandeling van het beroep en hoger beroep, ter hoogte van €1.503,00 voor beroepsmatige rechtsbijstand. De vergoeding aan de vreemdeling bedroeg €160,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en een schadevergoeding toegekend.