ECLI:NL:RVS:2018:1627
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake omgevingsvergunning voor vluchttrap te Weesp
Op 19 mei 2016 is aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een hardhouten vluchttrap aan een voormalige kerk in Weesp. Appellant, wonend op een nabijgelegen perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende schending van privacy en uitzicht, en stelde dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand.
Het college van burgemeester en wethouders verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit bij uitspraak van 27 juni 2017. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 25 april 2018 voerde appellant nieuwe gronden aan, die echter wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing werden gelaten.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht op de aanvraag heeft beslist en dat de eerdere vergunning uit 1988 voor een vluchttrap die inmiddels was verwijderd geen beletsel vormt voor de huidige vergunning. Verder is geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan de vergunningverlening in de weg staat. De aangevoerde gronden in hoger beroep zijn onvoldoende om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.