ECLI:NL:RVS:2018:1493
Raad van State
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzet van opposanten tegen de uitspraak waarbij hun hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Opposanten voerden aan dat zij niet op de hoogte waren van de factuur en dat de aangetekende brief niet was ontvangen, mede door postbezorgingsproblemen en het gedeelde secretariaat van hun gemachtigden. De Afdeling stelde vast dat de aangetekende brief correct was aangeboden en getekend op het juiste adres, zonder aanwijzingen voor vervalsing of onregelmatigheden.
De Afdeling oordeelde dat het risico van ontvangst bij een gedeeld secretariaat voor rekening van de geadresseerde komt en dat het niet betalen van het griffierecht daardoor aan opposanten te wijten is. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en het hoger beroep bleef niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.