ECLI:NL:RVS:2018:1452
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete Wet arbeid vreemdelingen wegens onjuiste kwalificatie terbeschikkingstelling arbeidskrachten
De minister legde appellant een boete van €472.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank matigde de boete tot €354.000, maar verklaarde het bezwaar tegen het betalingsuitstel ongegrond. Zowel de minister als appellant gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de dienstverrichting door [bedrijf C] aan appellant bestond uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, waardoor tewerkstellingsvergunningen vereist zouden zijn. De Afdeling paste het Europese kader uit de arresten Vicoplus en Martin Meat toe en concludeerde dat niet is aangetoond dat de verplaatsing van de werknemers het doel op zich was van de dienstverrichting. De leiding en controle over de werknemers lag grotendeels bij appellant en [bedrijf B], niet uitsluitend bij [bedrijf C].
De Afdeling oordeelde dat de minister niet in zijn bewijslast was geslaagd en dat de boete ten onrechte was opgelegd. Gevolg was dat ook de besluiten over betalingsregeling en uitstel van betaling moesten worden vernietigd. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard, dat van de minister ongegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs terbeschikkingstelling arbeidskrachten.