ECLI:NL:RVS:2018:1448
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- H. Bolt
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroepen tegen revisievergunning Kernenergiecentrale Borssele
De minister verleende op 12 juli 2016 een revisievergunning aan EPZ voor de Kernenergiecentrale Borssele, waarbij elf veiligheidsmaatregelen werden toegestaan die voortkomen uit een tienjaarlijkse evaluatie en een Europese stresstest. Greenpeace en Laka stelden beroep in tegen dit besluit. Greenpeace betoogde onder meer dat ten onrechte geen milieueffectrapportage was opgesteld en dat de financiële situatie van de centrale niet voldoende was onderzocht. Laka stelde dat het tijdstip van ontmanteling was gewijzigd zonder milieueffectbeoordeling en dat een veiligheidsvoorschrift ontbrak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de maatregelen geen belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaken en dat het niet opstellen van een milieueffectrapport in overeenstemming is met de Wet milieubeheer, het Besluit m.e.r. en internationale verdragen zoals het Verdrag van Espoo en Aarhus. Ook werd geoordeeld dat de financiële situatie van EPZ geen grond is voor weigering van de vergunning en dat het toezicht op financiële middelen losstaat van de vergunningverlening. Het verzoek om een voorschrift op te nemen over de relatieve veiligheid van de centrale werd afgewezen omdat dit niet noodzakelijk is ter bescherming van de belangen genoemd in de Kernenergiewet.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de revisievergunning voor de Kernenergiecentrale Borssele worden ongegrond verklaard.