ECLI:NL:RVS:2018:1414
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van termijnoplegging nieuw besluit verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 september 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 20 oktober 2017 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze termijnoplegging. De rechtbank had overwogen dat het medisch onderzoek onzeker was in duur en uitkomst, en daarom geen bestuurlijke lus toepaste, maar toch een korte beslistermijn oplegde. De staatssecretaris betoogde dat deze termijn te kort was gezien de kwetsbaarheid van de vreemdeling en de noodzaak van zorgvuldigheid.
De Raad van State oordeelde dat de termijn inderdaad te kort was en dat het vonnis van de rechtbank op dit punt vernietigd moest worden. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de termijnoplegging vernietigd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.