ECLI:NL:RVS:2018:1412
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning familieleven wegens mvv-vereiste
De vreemdeling uit Pakistan verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn zus en haar kinderen te verblijven die mantelzorg aan hem verlenen. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv-vereiste) en het ontbreken van vrijstelling op grond van gezondheidsredenen.
De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat zijn twee broers in Pakistan geen mantelzorg konden verlenen, mede op basis van notariële verklaringen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat deze verklaringen onvoldoende waren onderbouwd, mede gezien het BMA-advies dat aanvullende zorgmogelijkheden in Pakistan aanwees.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de broers geen mantelzorg konden verlenen. De verklaringen waren niet voldoende onderbouwd en hielden geen bewijs in dat mantelzorg onmogelijk was, ook niet met mogelijke financiële steun of aanvullende zorg. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.