ECLI:NL:RVS:2018:1403
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op zijn homoseksualiteit en de onmogelijkheid om terug te keren naar Irak. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid.
De rechtbank had het besluit vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding, met name omdat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek zou hebben gedaan naar de relatie van de vreemdeling en tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat nader onderzoek nodig was, omdat de relatie van de vreemdeling niet was genoemd in eerdere procedures en dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid. Ook werden argumenten van de staatssecretaris over het ontbreken van eerdere melding van homoseksualiteit en tegenstrijdige verklaringen niet door de rechtbank meegenomen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling had onvoldoende inzicht gegeven in zijn proces van bewustwording en zelfacceptatie, en zijn verklaringen waren inconsistent. Hierdoor kon de staatssecretaris het besluit tot afwijzing handhaven.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.