ECLI:NL:RVS:2018:1401
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De vreemdeling diende op 13 januari 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat eerst bij Oostenrijk geïnformeerd had moeten worden, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris de Duitse autoriteiten volledig had geïnformeerd over de eerdere asielprocedure in Oostenrijk en dat Duitsland expliciet had ingestemd met de terugname van de vreemdeling. Hierdoor was navraag bij Oostenrijk niet vereist. De vraag of Duitsland de claimtermijn had laten verstrijken bleef onbesproken.
Verder stelde de vreemdeling dat er systeemtekortkomingen in Duitsland waren die een risico op onmenselijke behandeling vormden, maar zij onderbouwde dit niet met stukken. De staatssecretaris hoefde daarom geen nader onderzoek te doen en handhaafde het besluit de aanvraag niet in behandeling te nemen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.